De verrader van Anne Frank, een nog altijd onopgeloste puzzel

30 maart 2022
A. Heuvelman

Was Arnold van den Bergh de verrader van familie Frank? Zes historische onderzoekers schreven een onderzoek over de levensloop van de Joodse notaris en kwamen uiteindelijk tot één conclusie: er is geen bewijs dat hij schuldig is. 

De verrader van Anne Frank is nooit bekend geworden. Terwijl haar verhaal een bijzondere plek heeft in de geschiedenis van de Holocaust. Gedurende jaren hield deze vraag dan ook de gemoederen van veel mensen en onderzoekers bezig.  

Het begin van een lange zoektocht volgt. Verschillende onderzoekers stellen diverse scenario’s en verdachten op, maar zonder resultaat. In 2017 kwam documentairemaker Thijs Bayens op het idee om een nieuw onderzoek te doen met moderne politiemethoden. Een zogeheten ‘Cold Case Team’ met onderzoekers uit Amerika en Nederland werd hiervoor samengesteld.

Een spoor van kritiek
Op 17 januari 2022 was het zo ver. Het onderzoek was klaar en het boek ‘het verraad van Anne Frank’ lag in verschillende boekenwinkels. De conclusie van het CCT? De Joodse notaris Arnold van den Bergh heeft Anne Frank, met 85% zekerheid, verraden.

Maar wie dacht dat het vraagstuk nu opgelost was, heeft het bij het verkeerde eind. De publicatie liet wereldwijd een spoor van kritiek achter en deed een hoop historische stof opwaaien. Amateuristisch, tunnelvisie en misinterpretatie, oordeelden de zes historici in hun onderzoek. “Ze doen te veel vooronderstellingen en hun omgang met bronnen is problematisch.”

De Historische strijdbijl
Een reden voor de zes historici: Bart Wallet, Laurien Vastenhout, Petra van den Boomgaard, Bart van der Boom, Raymund Schütz, Aaldrik Hermans om de historische strijdbijl op te pakken en een tegenonderzoek te schrijven. Hierin schetsen zij de levensloop van de Joodse notaris en de fouten die zij zien in het boek.

‘Het verraad van Anne Frank’ laat bijvoorbeeld een beeld zien van een Joodse notaris die rijk, intelligent en listig is. Tijdens de oorlogstijd zou Van den Bergh verschillende Joden verraden hebben en contact onderhouden met hooggeplaatste nazi’s. Niet uit geldzucht of boosaardigheid, maar om zijn gezin te redden. 

De historici schetsen een beeld van de Joodse notaris als familieman, iemand die zich inzette voor de sociaal zwakkeren. Daarnaast was hij als notaris erg bemiddeld en leidde hij een goedlopend kantoor waar hij vooral Joden ontving. Ook maakte hij deel uit van de Joodse raad en had hij een vaste positie in de stad.

Het verraad
Maar hoe komt het CCT er bij dat Arnold van den Bergh de familie Frank heeft verraden? Zij voeren daarvoor een aantal bewijsstukken aan: het anoniem bezorgde briefje bij Otto Frank, de vader van Anne, de lijsten van de ondergedoken Joden waar de Joodse notaris over zou kunnen beschikken, een telefonische tip van een verrader en het gedrag van vader Frank en Miep Gies na de oorlog.

In het anonieme briefje die vader Otto Frank ontving, stond het volgende:

“Uw schuilplaats te Amsterdam werd indertijd medegedeeld aan de Jüdische Auswanderung te Amsterdam, Euterpestraat, door A. van den Bergh destijds wonende bij het Vondelpark, O. Nassaulaan. Bij de J.A. lag een hele lijst van door hem opgegeven adressen.”

Het CCT hecht een grote waarde aan dit ‘bewijsstuk’. Maar de onderzoekers weerleggen dit door te zeggen dat het na de oorlog wemelde van verdachtmakingen en Van den Bergh door zijn hoge positie in de Joodse raad verschillende vijanden kon hebben.

De Joodse notaris zou volgens het CCT ook lijsten hebben van verschillende ondergedoken Joden. Volgens het CCT kon hij hier aan komen door zijn functie bij de Joodse raad. Maar enig bewijs dat zij of van de Bergh deze adressen in hun bezit hadden, is nooit gevonden.

Telefonische tip
Dan is er nog het telefoontje. De theorie is dat Julius Dettmann van de Sicherheitspolizei op de ochtend van 4 augustus 1944 telefonisch van de verrader een tip kreeg, en naar aanleiding daarvan opdracht gaf tot de inval op de Prinsengracht. Maar als Van den Bergh al de lijst met Joodse adressen aan hen had doorgespeeld, waarom zou hij dan nog bellen? 

Verder voerde het CCT als bewijs aan, dat vader Frank de medeplichtigheid van de Joodse notaris niet wilde verhullen. Om de reden dat hij antisemitisme niet aan wilde wakkeren. Maar volgens verschillende schriftelijke bronnen blijkt dat hij samen met Miep Gies – zij redde het dagboek van Anne Frank - nog altijd opzoek was naar de dader. 

Zelf ondergedoken
De onderzoekers vinden het motief van lijfsbehoud die het CCT aandraagt, volledig uit de lucht gegrepen. Toen de bezetting kwam, probeerde de Joodse notaris namelijk te vluchten of onder te duiken. Dit zou blijken uit de tijdlijn: de kinderen van Van den Bergh zaten al sinds oktober 1943 ondergedoken. Volgens het tegenonderzoek zijn er ook voldoende aanwijzingen dat Van Den Bergh en zijn vrouw Guusje ten minste tot februari 1944 zelf ook ondergedoken zaten. 

Dat hij en zijn gezin de oorlog wisten te overleven, is volgens CCT geen toeval. Een lijst met onderduikadressen zou namelijk genoeg zijn voor een vrijbrief als ze gearresteerd werden door de nazi’s. De onderzoekers vinden dit slechts een aanname die niet te bewijzen valt. Doorgaans gingen lang niet alle ‘verraders’ vrijuit en werden ze dikwijls neergeschoten.

Geen nauwe contacten nazi’s

Volgens de historici gaf geen van zijn kringen: familie, notariaat en Joods sociaal werk, een aanwijzing voor nauwe contacten van Van den Bergh met hoge nazi’s. Een medewerker van de roofbank karakteriseerde hem eerder als iemand ‘mit infernalischem Hass gegen Deutschland’. De onderzoekers vinden dat niet rijmen met het CCT opgeroepen beeld van iemand die vriendschappelijke connecties had met de nazi’s.

Het rapport eindigt dan ook met de conclusie dat het CCT onzorgvuldig te werk is gegaan en er te weinig bewijzen zijn om Arnold van den Bergh als verrader aan te wijzen. Het mysterie van het verraad van Anne Frank, zal voorlopig nog een onopgeloste puzzel blijven.

Deel dit artikel