Werkdefinitie van antisemitisme

IHRA-werkdefinitie van antisemitisme: een handig middel voor het kunnen herkennen van antisemitische uitingen 

De International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) heeft in 2016 een gezamenlijke werkdefinitie van antisemitisme opgesteld. De definitie is niet bedoeld als wettelijk bindend document, maar als middel voor bijvoorbeeld overheidsinstanties om antisemitisme te kunnen herkennen.

Achtergrond:

In 1998 is de IHRA opgericht op initiatief van toenmalig Zweedse premier Göran Persson. Hij verhief herinnering van de Holocaust en het belang van herinneringseducatie voor democratie en racismebestrijding tot een speerpunt in zowel zijn binnen- als buitenlandbeleid. In lijn hiermee staat in artikel 1 van IHRA’s oprichtingsdocument: “De Holocaust (Shoah) heeft de pijlers onder de samenleving tot in hun fundamenten aangetast (…) Hoewel de Holocaust zich ruim 50 jaar geleden afspeelde, ligt deze nog vers in ons geheugen en kunnen overlevenden getuigen van de gruwelen waarmee het Joodse volk werd overspoeld (…)”.

De aandrang om een internationaal overeenkomstige definitie van antisemitisme aan te houden is voortgekomen uit artikel 3 van het document: “Aangezien de mensheid nog steeds getekend wordt door volkerenmoord, etnische zuiveringen, racisme, antisemitisme en xenofobie, rust op de internationale gemeenschap de ernstige plicht al deze vormen van het kwaad te bestrijden”.

De werkdefinitie is door de IHRA lidstaten gezamenlijk besproken en ondersteund. Sindsdien hanteert een groot aantal van hen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Duitsland en Roemenië, de definitie als officieel instrument.

De volledige definitie en verklaring zijn (in het Engels) hier te vinden.

Werkdefinitie: “Antisemitisme is een bepaald beeld van Joden, dat zich kan uiten als haat tegen Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme worden gericht tegen Joden of niet-Joden en/of hun bezittingen, tegen instellingen van de Joodse Gemeenschap, en religieuze voorzieningen.”

Deze uitingen kunnen daarbij ook gericht zijn tegen de staat Israel, die wordt gezien als een Joodse collectiviteit. In de antisemitisme overtuiging worden Joden er regelmatig van beschuldigd dat zij samenzweren met als doel de mensheid schade toe te brengen. Ook wordt antisemitisme vaak gebruikt om Joden de schuld te geven van “waarom dingen verkeerd gaan”. Antisemitisme uit zich in spraak, tekst, visuele vorm en in daden, waarbij gebruik wordt gemaakt van kwaadaardige stereotypes en negatieve karaktereigenschappen.

Hedendaagse voorbeelden van antisemitisme in het openbare leven, de media, scholen, de werkvloer en in de religieuze sfeer kunnen, de context in overweging genomen, het volgende omvatten, maar zijn niet beperkt tot:

  • het oproepen tot, ondersteunen of rechtvaardigen van het vermoorden of letsel toebrengen aan Joden in naam van een radicale ideologie of een extremistische religieuze levensopvatting;
  • het uiten van leugenachtige, ontmenselijkende, demoniserende of stereotyperende beweringen over Joden in het algemeen of over de macht van Joden als collectief, met name maar niet uitsluitend de mythe van een wereldwijde Joodse samenzwering, of van Joden die de macht hebben over de media, de economie, de regering of andere instellingen binnen de samenleving;
  • het beschuldigen van Joden dat zij als volk verantwoordelijk zijn voor echte of ingebeelde wandaden gepleegd door één Joodse persoon of groep, of zelfs voor daden gepleegd door niet-Joden;
  • het ontkennen van de genocide op het Joodse volk als geheel gepleegd door nationaalsocialistisch Duitsland en haar medestanders en handlangers gedurende de Tweede Wereldoorlog (de Holocaust), en verder de omvang, de gebruikte methodes (bv. gaskamers) en het feit dat de genocide opzettelijk werd uitgevoerd;
  • het beschuldigen van het Joodse volk, of de staat Israel, van het verzinnen of overdrijven van de Holocaust;
  • het beschuldigen van Joodse burgers dat hun loyaliteit meer ligt bij de staat Israel of bij de beweerde prioriteiten van Joden wereldwijd, dan bij de belangen van hun eigen land.
  • Voorbeelden van de manieren waarop antisemitisme zich, gezien de algemene context, uit in verband met de staat Israel kunnen omvatten:
    • het Joodse volk het recht op zelfbeschikking ontzeggen, bijvoorbeeld door te stellen dat het bestaan van de staat Israel een racistische onderneming is;
    • het meten met twee maten door van Israel gedrag te verlangen dat niet wordt verwacht of geëist van enig andere democratische staat;
    • het gebruiken van symbolen en beelden die verbonden zijn met klassiek antisemitisme (bv. beweren dat de Joden Jezus hebben vermoord, of het bloedsprookje) om Israel of Israëli’s te typeren;
    • vergelijkingen trekken tussen het hedendaags Israëlische beleid en dat van de Nazi’s;
    • Joden collectief verantwoordelijk houden voor de daden van de staat Israel. Echter, kritiek op Israel die vergelijkbaar is met kritiek tegen een ander land kan niet worden beschouwd als antisemitisch.

Antisemitische daden zijn crimineel als deze als zodanig zijn gedefinieerd in de wet (zoals de ontkenning van de Holocaust of het verspreiden van antisemitisch materiaal in sommige landen).

Criminele daden zijn antisemitisch wanneer het doelwit van de aanval, of het nu mensen of bezittingen zijn (zoals gebouwen, scholen, gebedsplaatsen en begraafplaatsen) gekozen zijn, omdat deze Joods zijn, zijn verbonden aan Joden of als zodanig worden gezien.

Antisemitische discriminatie is het Joden ontzeggen van mogelijkheden of diensten die wel beschikbaar zijn voor anderen. Antisemitische discriminatie is in veel landen verboden.