Varia

Holocaustontkenners praten vaak een pamflet na, ’66 Vragen over de Holocaust’. De vragen zijn geen vragen maar beweringen. Door ze te vermommen als ‘vraag’ probeert de ontkenner zijn aantijgingen te vermommen als discussie en de gedetailleerde, maar gefantaseerde antwoorden wekken een ‘wetenschappelijke’ indruk. De website Nizkor heeft ze alle 66 ontzenuwd.
Hieronder de weerlegging van vragen die Holocaust-ontkenners stellen over diverse kwesties om hun theorieën te propageren.
Klik op de plus of min voor een vraag om het antwoord op die vraag te openen of sluiten. Hiernaast staan links naar vragen over andere onderwerpen).


Het IHR zegt:

Niets.

Nizkor antwoordt:

Zie vraag 26.



Het IHR zegt:

Voor de oorlog tekende Duitsland een verdrag met de Zionisten dat de Joden toestond grote sommen kapitaal naar Palestina te brengen. Tijdens de oorlog onderhielden de Duitsers vriendschappelijke betrekkingen met de Zionistische leiding.

Nizkor antwoordt:

“Vriendschappelijke betrekkingen”? Even serieus. Met een regiem dat keer op keer publiekelijk had verklaard dat Joden een plaag zijn die verdelgd moet worden? Zie de citaten uit toespraken van Hitler in vraag 1.

Dit antwoord lijkt ook strijdig met andere beweringen in de “66Q&A”. In de vragen en antwoorden 11 en 12 zegt het IHR dat “Judea” en “de Joden” zes jaar voordat de Tweede Wereldoorlog begon Duitsland de oorlog hadden verklaard.

De IHR moet wel kiezen: of de gehate Joden verguisden de Duitsers, of de Duitsers zijn zulke goede mensen dat zelfs de gehate Joden in staat waren “vriendschappelijke relaties” met ze te onderhouden. Allebei kan niet.



Het IHR zegt: (eerste tekst)

Tyfus.

Het IHR zegt: (herziene tekst)

Nadat zij een gevangenschap in Auschwitz had overleefd, overleed zij aan tyfus in het kam Bergen-Belsen, maar een paar weken voor het eind van de oorlog. Zij is niet vergast.

Nizkor antwoordt:

Anne was maar een van de acht Nederlandse Joden die twee jaar ondergedoken hadden gezeten in Amsterdam toen zij werden verraden, gearresteerd, en door de nazi’s naar de vernietigingskampen in Polen werden gedeporteerd.

Herman van Pels, een zakenrelatie van Anne’s vader, werd na aankomst in Auschwitz-Birkenau vergast op 6 september 1944 (Nederlandse Rode Kruis, dossier 103586).
Zijn vrouw stierf “tussen 9 april en 8 mei 1945, in Duitsland of Tsjechoslowakije” (Nederlandse Rode Kruis, dossier 103586).
Hun zoon Peter stierf op 5 mei 1945 in het concentratiekamp Mauthausen, in Oostenrijk, na een dodenmars uit Auschwitz (Nederlandse Rode Kruis, dossier 135177).
Dr. Friedrich Pfeffer, een vriend van de familie, stierf op 20 december 1944 in het kamp Neuengamme (Nederlandse Rode Kruis, dossier 7500).
Anne’s moeder stierf op 6 januari 1945 in Auschwitz-Birkenau (Nederlandse Rode Kruis dossieer 117265).
Anne en haar oudere zus Margot stierven aan tyfus rond 31 maart 1945 in het concentratiekamp Bergen-Belsen.
Van deze acht mensen overleefde er maar één, Anne’s vader Otto Frank.

Er werden ook twee niet-Joden gearresteerd, Johannes Kleiman en Victor Gustav Kugler, zakenrelaties van Otto Frank, voor het helpen van de familie Frank. Beiden werden veroordeeld tot Arbeidseinsatz (dwangarbeid) in Duitsland, en beiden overleefden de oorlog.

Alle verwijzingen naar het Nederlandse Rode Kruis komen uit Anne Frank, The Diary of Anne Frank: The Critical Edition, 1989, pp. 49-58.



Het IHR zegt (oorspronkelijke versie):

Nee, het bewijsmateriaal dat is verzameld door Ditlieb Felderer in Zweden en Dr. Robert Faurisson uit Frankrijk stelt onomstotelijk vast dat het beroemde dagboek literaire namaak is.

Het IHR zegt: (herziene versie):

Nee. Bewijsmateriaal dat is verzameld door Dr. Robert Faurisson uit Frankrijk stelt vast dat het beroemde dagboek literaire namaak is.

Nizkor antwoordt:

Ditlieb Felderer is een beruchte neo-nazi die een gevangenisstraf heeft uitgezeten in een Zweedse gevangenis wegens het verspreiden van haat-propaganda. Hij is het meest bekend om het versturen van haarlokjes naar Joden in Europa, met de sarkastische vraag of zij kunnen bewijzen dat dit het haar is van een vergaste Jood. Hij heeft ook veel walgelijke traktaatjes geschreven met seks en nazi-moorden erin. Een daarvan, dat te walgelijk is om hier te herhalen, beschrijft (sarkastisch) de invloed van cyanide gas op een vrouwelijk geslachtsdeel.

Een deel van het “bewijs” dat Felderer heeft “verzameld” is het volgende, waarin hij ironisch stelt dat het dagboek niet helemaal vervalst kan zijn omdat het door een Jood geschreven lijkt te zijn:

HET ANALE COMPLEX
Wij denken dat een andere sterke reden waarom het Dagboek van Anne Frank niet helemaal als fictie van de hand gewezen kan worden, de preoccupatie is met de anus en uitwerpselen, een trek die typerend is voor veel Joden. Pornografie en fantasieen rond uitwerpselen hebben ze altijd gefascineerd… Joodse geschriften zijn doorspekt met verhalen over de reproductieve en excretieve functies…
…Hoewel we het argument niet van de hand kunnen wijzen dat deze preoccupatie met uitwerpselen slechts fantasieen van de auteur of auteurs zijn, zijn er goede redenen dat de verhalen autentiek zijn en voor een deel de voornaamste gedachten reflecteren van de bewoners. Zelfs als ze verzonnen zijn, schilderen zij niettemin perfect het anale complex van een oud, cultureel volk.

Merk op dat het IHR de verwijzing naar Felderer weglaat uit de herziene versie. Ook hier blijkt dat het ‘revisionisme’, nu het van de antisemitische zelfkant naar de algemene maatschappij probeert te verhuizen, haar banden met dit soort mensen overboord moet zetten of tenminste moet verbergen.

Dr. Robert Faurisson is tenminste niet zo grof als Felderer. Maar hij is geen historicus, forensisch expert of grafologisch expert. Hij was professor in de letterkunde aan de Universiteit an Lyons. De getuigenverklaring van deze “vooraanstande Holocaust-autoriteit” over de echtheid van de geschriften van Anne Frank werd in 1979 verworpen door het Frankfurt Oberlandesgericht (regionale Hoge Raad).

In 1981 moest Faurisson voor een Franse rechter verschijnen om zijn stelling, op radio en in diverse publicaties, te verdedigen dat de gaskamers nooit hadden bestaan. Hij kreeg drie maanden voorwaardelijk en werd veroordeeld tot boetes en schadevergoedingen wegens smaad, aanzetten tot haat en discriminatie, rassenhaat en racial geweld. Het vonnis werd in hoger beroep bekrachtigd.

Faurissons vreemde opvatting van wat bewijs is, is goed beschreven door Michael Shermer in een open brief aan revisionisten.

In 1981 legde het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie de handgeschreven dagboeken van Anne Frank voor aan het Nederlands Forensisch Instituut vanhet Ministerie van Justitie (NFI), om de echtheid ervan vast te stellen. Het NFI onderzocht de gebruikte materialen – inkt, papier, lijm enz. – en het handschrift, en publiceerde een rapport van zo’n 270 pagina’s:

Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut heeft overtuigend aangetoond dat beide versies van het dagboek van Anne Frank door haar zijn geschreven in de jaren 1942 tot 1944. De aantijgingen dat het dagboek het werk was van een ander (na de oorlog of anderszins) zijn hiermee onomstotelijk weerlegd.
En voorts dat ondanks correcties en weglatingen… het Dagboek van Anne Frank [dwz de gepubliceerde versie van de dagboeken] inderdaad “de essentie” bevat van Anne’s geschriften, en dat er geen gronden zijn vooor het toepassen van de term “vervalsing” op het werk van de redacteuren of uitgevers van het boek.

De meest gehoorde klacht tegen het dagboek is, dat het met balpen geschreven teksten bevat en dat balpennen pas na Anne’s dood populair werden. Dit is een fraudulente maar hardnekkige mythe. De enige balpeninkt in het dagboek stond op stukjes papier waarvan bovendien bekend is dat zij zijn toegevoegd door een ander dan Anne Frank. De teksten van Anne zelf zijn niet met balpen geschreven.

Zie Anne Frank, The Diary of Anne Frank: The Critical Edition, 1989, pp. 96, 166.



Het IHR zegt:

Foto’s kunnen vervalst zijn, ja. Maar het is veel gemakkelijker om aan een foto of aan filmbeelden een onderschrift of commentaar toe te voegen dat niet de waarheid vertelt over wat er precies op die foto of film staat. Betekent een berg uitgemergelde lijken dat deze mensen zijn “vergast” of met opzet zijn doodgehongerd? Of zou dit kunnen betekenen dat deze mensen het slachtoffers waren van een tyfusepidemie, of dat zij verhongerden door het voedselgebrek in de kampen tegen het einde van de oorlog? Beelden van stapels Duitse vrouwen en kinderen die zijn gedood door geallieerde bombardementen zijn uitgegeven voor dode Joden.

Vreemd dat het IHR zegt dat stapels lichamen geen bewijs zijn dat de nazi’s genocide pleegden. In hun oorspronkelijke antwoord op vraag 1 noemen zij “stapels kleren” en zeggen zij dat dat inderdaad een bewijs zou zijn, als er zoiets bestond. Stapels kleren zijn bewijs, maar stapels lichamen niet?

Wij zien hier ook de impliciete bewering dat geallieerde soldaten dode Duitsers zouden hebben verzameld, die naar de kampen gebracht zouden hebben, en ze daar zouden hebben gefotografeerd. Enig bewijs dat deze absurditeit zou ondersteunen zou fijn zijn, maar dat is er natuurlijk niet.

De vele verhongerde mensen zijn een bewijs dat de nazi’s geen erg hoge prioriteit gaven aan het voeden van hun gevangenen. In het kamp Belsen werden honderden tonnen weggesloten voedsel gevonden, op slechts een paar kilometer van de plaats waar tienduizenden de honderdood stierven. Zie vraag 37 voor meer over dit onderwerp.
Wat betreft de moorddadige gaskamers zijn er andere bewijsstukken die hun bestaan en gebruik duidelijk aantonen. Zie om te beginnen vraag 1.



Het IHR zegt:

Raphael Lemkin, een Poolse Jood, in een boek dat uitkwam in 1944.

Nizkor antwoordt:

Dit ontwijkt de voor de hand liggende vraag: waarom heeft hij die term bedacht?
Wij weten niet of het antwoord van IHR klopt of niet.



Het IHR zegt:

Nee, die films pretenderen niet historisch te zijn, maar fictieve dramatiseringen GEBASEERD op de geschiedenis. Helaas hebben maar al te veel mensen ze aangezien voor accurate weergaven van de geschiedenis.

Nizkor antwoordt:

Er zijn veel authentieke films van de kampen – gemaakt door de geallieerden en de Russen. Er zijn gruweijke, maar volkomen accurate weergaven van de geschiedenis te vinden in François Schmitz’s Holocaust Picture Exhibition.