Het lot van de Joden

Holocaustontkenners praten vaak een pamflet na, ’66 Vragen over de Holocaust’. De vragen zijn geen vragen maar beweringen. De website Nizkor heeft ze alle 66 ontzenuwd; hieronder de weerlegging ‘vragen’ die Holocaustontkenners stellen om twijfel te zaaien over het lot van Joden in de Tweede Wereldoorlog. Klik op de plus of min voor een vraag om het antwoord op die vraag te openen of sluiten.
Antwoorden op andere ‘vragen’ vind je in het menu hiernaast.


Het IHR zegt:
Geen.
Nizkor antwoordt:

Onwaar, zoals gebruikelijk; geeft geen bewijs, zoals gebruikelijk.

Er waren vijf “Kremas”, die elk onder meer een vernietigings-gaskamer bevatten en ovens om de slachtoffers te cremeren. De eerste had eerst een andere bestemming en was omgebouwd. De overige vier zijn gelijk ontworpen als gaskamers.

(Voor alle volledigheid: een getalenteerd en gerespecteerd amateur-onderzoeker genaamd Pressac gelooft dat de twee grootste Krema oorspronkelijk werden ontworpen als lijkenhuizen en in een zeer vroeg stadium van de bouw werden herbestemd tot gaskamers. Hij is de enige die dit gelooft.)

Twee andere vernietingsinstallaties werden respectievelijk “Bunker I” of “het kleine rode huisje” genoemd en “Bunker II” of “het kleine witte huisje”.

En opnieuw voor alle volledigheid: de eerste vergassing werd uitgevoerd in de kelder van Blok 11, en er was ook een zesde Krema die nooit verder is gekomen dan het allereerste planstadium.

Aanbevolen literatuur: The Anatomy of the Auschwitz Death Camp, Gutman et al., pp. 157-245.


Het IHR zegt (eerste versie):
Minder dan vier miljoen.
Het IHR zegt (herziene versie):
Minder dan zes miljoen.
Nizkor antwoordt:

Hebben ze niet net in vraag 1 gezegd dat er “geen geloofwaardige demografische statistieken” waren?

Ongeveer drie miljoen in Polen, een miljoen in Hongarije, meer dan een miljoen in het door de nazi’s bezet gebied van Rusland, en nog veel, veel meer door heel Europa. Volgens de eigen cijfers van de nazi’s die zijn opgenomen in het Wannsee Protocol waren er in 1942 elf miljoen Joden in bezet Europa. Zie het antwoord op vraag 1.

Merk ook op dat als echte historici een Holocaust-gerelateerde schatting hadden veranderd van zes miljoen naar vier miljoen of omgekeerd, de “revisionisten” dat voortdurend zouden herhalen en zouden aanhalen als bewijs dat historici hun verhaal veranderen en geen echte cijfers hebben om te staven wat zij zeggen. Maar als de revisionisten hun eigen cijfers veranderen met twee miljoen, maken ze daar weinig woorden aan vuil, zo lijkt het.


Het IHR zegt:
Na de oorlog waren Europese Joden nog steeds in Europa, afgezien van zo’n 300.000 ervan die in de oorlog door allerlei oorzaken waren gestorven, en degene die waren geemigreerd naar Israel, de VS, Argentinie, Canada enz. De meeste Joden die Europa verlieten deden dat na, niet tijdens, de oorlog. Geen van hen is vermist, zij zijn allemaal geregistreerd.
Nizkor antwoordt:

Dit is belachelijk. Dat zou betekenen dat ongeveer vijf miljoen vermiste Joden na de Tweede Wereldoorlog naar die landen geemigreerd zouden zijn. Dit wordt op geen stukken na gesteund door de realiteit. De meeste Joden in die landen kwamen voor WO2. In het toenmalig Palestina bijvoorbeeld waren in 1936 370.000 Joden, en 590.000 in 1947. Er zijn ongeveer zes miljoen Europese Joden vermist, ze zijn niet geregistreerd – behalve door de Duitse kampen.

Interessant genoeg deed de bekende “revisionist” David Irving kort geleden in een radio-interview een verbazende bekentenis. Zonder enige aanleiding zei hij dat hij nu gelooft dat er in de oorlog wel vier miljoen Joden zijn omgekomen in concentratiekampen.


Het IHR zegt:
Meer dan twee miljoen. De Duitsers hadden geen toegang tot deze Joodse bevolking.
Nizkor antwoordt:
Het gaat erom hoeveel Joden er zijn gebleven. Zie vraag 18.


Het IHR zegt:
Meer dan een miljoen (exclusief degenen die door de voormalige Sovjet Unie werden geabsorbeerd).
Nizkor antwoordt:
Ja, maar er bleven er meer dan zes miljoen achter. Er waren in 1937 ongeveer elf miljoen Joden in Europa, volgens de eigen schattingen van de nazi’s in het Wannsee Protocol.


Het IHR zegt (eerste versie):
Hij werd gemarteld door Joodse ondervragers in Brits uniform, zoals een van hen daarna heeft bekend.
Het IHR zegt (herzien)
Hij werd gemarteld door Britse militaire politie, zoals een van zijn ondervragers later heeft bekend.
De allereerste (Samisdat)versie zegt:
Er werden oeroude methoden gebruikt om hem aan degenen die hem gevangen hielden te laten vertellen wat zij wilden horen.
Nizkor antwoordt:

Wacht eens even! Dat verhaal wordt met elke herziening vager.
Wat heeft die martelende ondervrager nu precies bekend? Eerst stelde het IHR dat de ondervragers Joodse agenten waren die (namaak)Britse uniformen droegen. Als een van die ondervragers dat zoals beweerd zou hebben bekend, waarom veranderde het IHR dat dan en maakte het van deze Joodse namaak-agenten echte Britse militaire politie?

Het echte antwoord is dat deze bewering over “Joodse ondervragers in Britse uniformen” nergens anders in de Holocaust-ontkenners literatuur wordt genoemd. Deze bewering verschijnt alleen in de “Q&A”. Hij wordt door geen enkel bewijs ondersteund.

Met andere woorden, dit is gewoon door iemand verzonnen. Later besloot een ander dat zij die bewering maar beter stilletjes konden laten vallen. Voor hoeveel van de andere 65 Vragen-en-Antwoorden geldt hetzelfde? Dat weten we niet, omdat zij voor geen enkele ervan enig bewijs geven.

Wat betreft de bekentenis van Höss:
Wij moeten alle informatie in zijn contekst bekijken. Er zijn ontelbare andere getuigenissen die de belangrijkste feiten van Höss’ bekentenis bevestigen. Er zijn documenten buitgemaakt die heel duidelijk spreken van vergassingen en massa-executies. De lijst gaat door en door; zie de weerlegging van vraag 1 voor slechts een paar voorbeelden.
Ontkenners steunen zwaar op het verhaal dat Höss onder druk zou zijn gezet en dat hem een verhaal in de mond gelegd zou zijn. Zij hebben daarvoor echter maar twee bewijsstukken:
– een luguber boek door ene Rupert Butler, getiteld Legions of Death (Doodslegioenen). Butler vertelt dat hij zag hoe Höss werd geslagen toen hij werd gevonden. Butler zegt uiteraard niet dat de ondervragers Joodse agenten in Brits uniform zouden zijn.
En, belangrijker nog, Butlers versie van de gebeurtenissen spreekt de hypothese van de ontkenners tegen dat Höss een verhaal in de mond zou zijn gelegd. Butles boek zegt nergens dat Höss een bepaald verhaal zou zijn voorgezegd, het zegt alleen dat hij werd geslagen.
– en dan een verhaal uit de tweede hand, dat zou staan in een geheim document dat “revisionist” Robert Faurisson niet zou mogen vrijgeven. (En zelfs als het werd vrijgegeven, zou dit de eerste keer zijn dat de ontkenners de geldigheid van een verhaal uit de tweede hand accepteerden…)

(Zie voetnoot 2 van het essay van Mark Weber, getiteld “Laten we beide partijen horen” op de website van Greg Raven en “Andere visies op de Holocaust” op de site van Ernst Zündel.)

Op basis van die twee flinterdunne verhaaltjes wijzen de ontkenners Höss’ bekentenis, zijn getuigenverklaring, memoires, en alles wat hij verder nog heeft verklaard en geschreven over de vergassingen en het vernietigingsprogramma van de hand en negeren zij die. Uittreksels uit zijn getuigenverklaring en memoires zijn beschikbaar.


Het IHR zegt:
Ja. Martelingen werden op grote schaal toegepast om fraudulente “bewijzen” te produceren voor de beruchte Neurenberger processen, en in andere naoorlogse processen tegen “oorlogsmisdadigers”.
Nizkor antwoordt:

Er waren ongetwijfeld incidentele gevallen van mishandeling. Sommige geallieerde soldaten waren zo geschokt door wat zij in de kampen hadden gezien dat ze met geweld reageerden, maar dat is geen factor van belang voor het totaalbeeld. Dit is verre van een beleid van martelingen die werden toegepast om bekentenissen te krijgen.

Zoals al is gevraagd in de reactie op vraag 1: wat voor marteling of druk kon decennia later nog een nazi bewegen om in de zestiger, zeventiger en tachtiger jaren te blijven getuigen over de gruwelen van de sjoa? En wat voor marteling of drukmiddelen werden er op nazi’s toegepast terwijl zij hun berechting door Duitse gerechtshoven afwachtten?

Neem eens de volgende proef: email naar Greg Raven, het hoofd van het IHR, op ihrgreg@kaiwan.com. En vraag hem:
1. of hij denkt dat individuele gewelddaden door geallieerden zouden gelden als bewijs van een beleid van martelingen.
2. Welk bewijs hij heeft om te bewijzen dat “het Amerikaans, Brits, Frans en Sovjet beleid was om Duitse gevangenen te martelen om hen te laten bekennen”.
3. of hij denkt dat individuele daden door nazi’s die Joden vermoordden zouden gelden als bewijs van een uitroeiingspolitiek
4. of hij denkt dat Himmlers redevoering van 4 oktober 1943 wijst op een nazi-beleid om de Joden uit te roeien:
“het Joodse volk wordt uitgeroeid,” zegt elk Partijlid, “dat is waar, het maakt deel uit van onze plannen, het elimineren van de Joden, uitroeien, wij zijn ermee bezig.”
Stuur een cc van uw email naar webmaster@nizkor.org, en vraag dhr. Raven hetzelfde te doen.