Anti-Joodse wetten

Holocaustontkenners praten vaak een pamflet na, ’66 Vragen over de Holocaust’. De vragen zijn geen vragen maar beweringen. De website Nizkor heeft ze alle 66 ontzenuwd.
Hieronder de weerlegging van ‘vragen’ die Holocaustontkenners stellen om de anti-Joodse maatregelen van de nazi’s te bagatelliseren.
Klik op de plus of min voor een vraag om het antwoord op die vraag te openen of sluiten. In het menu hiernaast vind je vragen over andere onderwerpen).


Het IHR zegt:
Wetten tegen gemengde huwelijken en seksuele betrekkingen tussen Duitsers en Joden, vergelijkbaar met de wetten die er nu in Israel zijn.
Nizkor antwoordt:

Meer antisemitische leugens en moreel relativisme. Zulke wetten bestaan er niet in Israel (hoewel het aantal gemengde huwelijken erg klein is).

De Neurenbergr wetten verboden niet alleen seksuele betrekkingen tussen Duitsers en Joden, in de praktijk bestraften ze die met de dood. (Hoewel de straf die erin wordt genoemd gevangenisstraf of dwangarbeid was – of allebei – zijn er inderdaad een aantal Joden geexecuteerd omdat zij seksuele relaties hadden gehad met Duitsers. Zelfs “liefkozen” was voldoende reden om de doodstraf toe te straffen.)

De Neurenberger wetten van 1935 hadden invloed op veel dingen buiten persoonlijke relaties. Later dat jaar werd een verordening uitgevaardigd op basis van een van de Neurenberger wetten (zie Hilberg, Documents of Destruction, 1971, p. 20):
Op basis van artikel 3 van de Reich Burger wet van 15 september 1935 (Reich Wetten Gazet I, 1146) wordt het volgende bevolen:

Artikel 4
1. Een Jood kan geen burger zijn van het Reich. Hij heeft geen stemrecht, hij kan geen bestuursfuncties uitoefenen.
2. Joodse ambtenaren zullen per 31 december 1935 aftreden…

Latere wetten waren minder subtiel.



Het IHR zegt:
Veel staten in de vs hadden wetten die gemengde huwelijken en seksuele relaties verboden tussen personen van verschillend ras lang voor de nazi’s die hadden.
Nizkor antwoordt:

Dit is maar een gok, maar het lijkt waarschijnlijk dat de straf voor het overtreden van de wet in Amerika niet hetzelfde was als die in nazi Duitsland: de doodstraf.
In ellk geval is dit weer niets dan moreel relativisme.



Het IHR zegt:
Een verslag van het bezoek van een IRC-gedelegeerde aan Auschwitz in september 1944 merkte op dat de gevangenen pakjes mochten ontvangen en dat geruchten over gaskamers niet geverifieerd konden worden.
Nizkor antwoordt:

Geruchten over gaskamers konden niet worden geverifieerd omdat het de gedelegeerden expliciet verboden was de Auschwitz Krema te bezoeken, waar de gaskamers en crematoria waren. Zij werden alleen naar die delen van het enorme complex gebracht waarin gevangenen waren ondergebracht die niet vernietigd moestenworden. Er zaten in Auschwitz ook geallieerde krijgsgevangen, onder redelijke omstandigheden, maar zij wisten van de vergassingen en vertelden erover aan de IRC-afgevaardigde.

De voormalige SS-Untersturmfuehrer Dr Hans Münch bijvoorbeeld bevestigde dit in zijn getuigenis voor het Internationale Neurenberger Proces (Trial of the Major War Criminals, 1948, Vol. VIII, p. 313-321). Hij zei:
Ik zag verschillende malen rondleidingen van burgers en ook van commissies van het Rode Kruis en andere instanties door het kamp, en ik kon vaststellen dat de kampleiding er meesterlijk in slaagde die rondleidingen zo te arrangeren dat de mensen die werden rondgeleid niets zagen van onmenselijke behandelingen. Alleen het hoofdkamp werd getoond en in dit hoofdkamp waren er zogenoemde showblokken, vooral blok 13, die speciaal waren voorbereid op rondleidingen en die waren uitgerust zoals een normale soldatenbarak met bedden met lakens, en goed functionerende wasruimtes.
Het is ironisch dat dit beleid om vernietingingsgerelateerde voorzieningen niet te tonen ook wordt bevestigd door het IHR zelf, hoewel onbewust. In het “Lüftl Rapport” noemt de zogenaamde expert Walter Lüftl een memo aan de commandanten van de concentratiekampen. Volgens Lüftl staat daarin:
Het bordeel en de crematoria mogen niet worden getoond bij bezoeken aan het kamp. Over deze installaties mag niet worden gesproken met personen die het kamp bezoeken….
Lüftl geeft hierop het volgende commentaar:
Blijkbaar kon dus al het andere worden getoond en verteld aan bezoekers. Logischerwijs kon dan een gaskamer, als die bestond, worden getoond en genoemd; anders zou die in het verbod zijn opgenomen.
Omdat wij niet kunnen aannemen dat de SS ooit een [moord-]gaskamer heeft getoond aan de inspecteurs van het Internationale Rode Kruis, mogen we concluderen dat er geen bestond.

Lüftl, die opgevoerd wordt als expert, weet niet eens dat de term “crematoria” verwijst naar de crematiecomplexen, waarin niet alleen de ovens maar ook de gaskamers waren ondergebracht.

Onbewust heeft hij bewijsmateriaal aangevoerd tegen zijn eigen zaak – want waarom zouden de crematoriumcomplexen verborgen moeten worden gehouden voor het Roden Kruis tenzij daar iets gebeurde dat het Rode Kruis niet mocht zien?
Het “Lüftl Rapport” is online beschikbaar als tekstdocument op Nizkor, of als internetpagina op (ontkenner) Greg Ravens website. Zoek op de woorden “Rode Kruis”.



Het IHR zegt:
Als er een vernietigingsplan was geweest, zou het Vaticaan dat zeer zeker hebben kunnen weten. Maar aangezien er geen was, had het Vaticaan geen reden zich erover uit te spreken.
Nizkor antwoordt:

Leugens. De nazi’s haatten de Katholieke kerk, en executeerden veel geestelijken in Polen en op andere plaatsen. De kerk had geen macht of invloed op de nazi’s. Reich propagandaminister Joseph Goebbels schreef op 26 maart 1942 in zijn dagboek (zie Lochner, The Goebbels Diaries, 1948, p. 146):
Het is een vuile, lage streek van de Katholieke kerk dat zij haar subversieve activiteiten op alle mogelijke manier voortzet en nu zelfs haar propaganda uitstrekt tot Protestantse kinderen die geevacueerd zijn uit de streken die worden bedreigd door luchtaanvallen. Na de Joden zijn deze politico-goddelijken ongeveer het meest walgelijke geteisem dat wij nog onderdak geven in het Reich. Na de oorlog zal de tijd komen voor een alles omvattende oplossing van dat probleem.
Of bekijk het volgende:
Brief aan de Reich Minister van Justitie
van de Rooms Katholieke Bisschop van Limburg
13 augustus 1941
…Er komen meerdere malen per week bussen aan in Hadamar met een groot aantal van deze slachtoffers. Schoolkinderen in de buurt kennen deze voertuigen en zeggen: “daar komt de moordwagen”. Na de aankomst van zulke voertuigen zien de burgers van Hadamar vervolgens de rook uit de schoorsteen komen en zij zijn van streek door voortdurende gedachten over de arme slachtoffers vooral als, afhankelijk van de windrichting, zij de walgelijke stank moeten verdragen. Het gevolg van de principes die hier worden toegepast is dat kinderen die ruzie maken dingen zeggen als: “Je bent stom, je gaat in de oven in Hadamar”. Mensen die niet willen trouwen of daartoe niet de kans krijgen, zeggen: “Trouwen? Wees maar niet bang. Ik ga geen kinderen op de wereld zetten die uiteindelijk door de schoorsteen verdwijnen”. Oude mensen zeggen “in geen geval ga ik naar een staatsziekenhuis! Na de zwakken van geest zijn de ouderen aan de beurt, als nutteloze monden die gevoed moeten worden.”

Die laatste alinea verwijst naar de systematische vernietiging vantienduizenden geestelijk gestoorde en gehandicapte mensen door de nazi’s in het kader van het zogeheten ‘euthanasie’ of ‘barmhartigheidsdoding’ programma.